Langs de Zuidkust
Start Omhoog

Bijgewerkt op 27-09-2011

Langs de zuidkust en terug naar de noordkust

plattegrond deel zuidkust

29/9.      5e dag. (Donderdag) :
Ik citeer uit de folder :
   « 09:00 uur vertrek naar SPILI en de opgravingen van PHAESTOS en de Minoïsche KONINGVILLA AGIA TRIADA. Vervolgens visspecialiteitenlunch aan het strand van MATALA en daarna naar het hotel MATALA BAY. Vrije middag voor zonnen, zwemmen of wandelen. Diner in het hotel. »

Na een heerlijk stille nacht, je hoort alleen krekels, is het weer pakken geblazen, het leven uit de koffer vind ik waardeloos. Je trekt er gewoon alles uit, maar pakt niets behoorlijk uit of weer in.
Vandaag gaan we de opgravingen van Phaistos bekijken en de Minoïsche Koningvilla Agia Triada. We trekken verder naar het zuiden, eerst nog op het onverhard weggetje, dan vinden we de weg Rethymnon - Ierapétra, wel verhard maar met vele gaten, en dat met een grote bus. Het wordt minder rotsig, en we bereiken het begin van de vruchtbare vlakte van Messara, die ooit door een Engelse auteur vergeleken is met de « Hof van Eden ».

Klik op een miniatuur om de foto te zien
of houd je muis stil boven het plaatje voor de naam.

Spili en zijn fonteinen

Koffiestop in de grote plaats Spili, met zijn fonteinen, zijn grote kerk, zijn gymnasium. en zijn winkeltjes, waar velen van ons geborduurde kleden kopen. We eten weer een bord dikke schapenyoghurt met honing (zouden we eraan verslaafd raken ?) en wandelen met een lekker zonnetje en geen wind wat rond in het stadje en er buiten. Dan is het weer verzamelen, en altijd dezelfde mensen die te laat zijn.
   [Ik heb het ooit zelf gepresteerd, toen ik 18 was, met mijn zusje, tijdens een cruise rond de Middellandse zee : op Cyprus heeft de boot een kwartier geloeid en op ons gewacht…]
Steeds verder komen we in de bewoonde wereld en zo ver het oog reikt zie je kassen, die nu in oktober leeg staan, het is een onvoorstelbare troep. 1.100 ha zijn bedekt met kassen, maar doordat glas te duur is, gebruiken ze plastic, dat bij elk windstootje de lucht invliegt en overal verspreid ligt. Ik las in de Dominicus dat sinds 1976 een Nederlander uit idealisme een proefstation runde en enkele kassen bezat. Hij werkte samen met een Griek, want een bedrijf  moet op Kreta altijd voor minstens 51% in handen van een Griek zijn. Hij probeerde de mensen te leren, om tenminste de houten palen in cement vast te zetten en hun huisvuil te verbranden. Kreta voorziet Griekenland, via Athene en Thessaloniki, de hele winter van groente.
Voor het eerst zien we ook tractoren achter machientjes de ezeltjes vervangen.

Phaistos, Minoisch paleis

Phaistos, vruchtbare grond

Phaistos, centrale hof

Phaistos, opgravingen

Phaistos, opgravingen

Phaistos, manshoge Pithos

Phaistos, discus

En dan komen we aan bij Phaistos, prachtig gelegen boven de Messaravlakte, waar eens zijn stad stond.
Ergens las ik dat het Minoïsche Kreta, met zijn 4 paleizen, op zijn hoogtepunt, enkele miljoenen zielen telde. (4x zoveel als vandaag, in 1983.)
Rondom het paleis van Phaistos, vernietigd bij de aardbeving in 1450 BC, zijn de opgravingen gestopt, vanwege de onmisbare vruchtbare grond, maar onder bescherming van enorme tentdaken, (het is er bloedheet) zijn ze nog druk bezig. Je ziet er manshoge Pithos, maar minder albast dan in Knossos.

Haghia Triadha-overzicht

Haghia Triadha-oogstvaas

Minoïsch sarcofaag

Langs een antieke geplaveide weg, kom je na enkele kilometers aan bij de « Koningvilla Agia Triada ». Deze bouwvallen zijn veel meer bewerkt en versierd, dan enig bekend huis uit die tijd : aardewerk, vazen van steatiet, fresco's en een merk-waardige, beschilderde sarcofaag.

Nicolaos

Nicolaos

Terwijl Geert de 100 treden naar Agia Triada afloopt, blijf ik boven bij Nicolaïs, die een heel gesprek met me begint, jammer genoeg versta ik niets. Apentrots laat hij mij 'n « Guide Bleu » zien waarop zijn foto prijkt. Gelukkig spreekt Marja wel Grieks en komen we, iets later wel verder. Hij doet met ons goede zaken : granaatappels (hij heeft er een voor mij geschild), sultanarozijntjes, Diktamo, waarmee je thee moet trekken, dat zou goed zijn voor de ingewanden, verder een grote zak safraan, laurier, basilicum, marjolein enz. en… fluitjes.

 Matala

 Na de bezichtiging van Agia Triada rijden we, met rammelende magen, weer naar de kust en het plaatsje Matala waar we in een op vis gespecialiseerde taverne aan de haven gaan eten.
Deze keer hebben we écht dorst en gelukkig komt het bier als eerste en zelfs heel snel. We krijgen 'n hele vismaaltijd geserveerd die bijzonder lekker smaakt, te beginnen met o.a. gebakken inktvis. (heerlijk.) Een paar dames voelen zich geroepen mij te waarschuwen dat mijn rug rood wordt. Nou ik merk er niets van, maar ga toch met mijn gezicht in de zon zitten. Ik moet ze nog minstens 2 dagen te vriend houden. Ik begin inderdaad aardig te kleuren, dát wel, maar het is de bedoeling.

Matala-haven van Phaestos

Matala-de grotten en Haghia

Matala-uitgehouwen holen

 De vroege christenen waren waarschijnlijk de eerste bewoners van de beroemde uitgehouwen holen, in de rotswanden langs de kust van de Libische zee. In de 2e wereldoorlog waren het de Duitse militairen en in de jaren zestig kwamen de hippies, die onder het afkeurend oog van de Griekse autoriteiten, van die holen hun vaste woonplaats maakten [o.a. mijn broer Jan Frank, die er maar tijdelijk verbleef.]

Matala-Bay Hotel

Matala-Bay Hoteln bij het zwembad

Matala, 'n winkeltje

Om een uur of 3 komen we in ons hotel aan : Matala Bay Hotel. Daar wij het geluk hebben boven aan de lijst te staan (alfabetisch) krijgen we altijd als eerste de sleutel van onze kamer uitgereikt. Zeer mooie kamer met handgeweven kleden, gordijnen en wandkleedjes (mooier dan in de folder). Onze kamer ligt aan de achterkant en kijkt uit op het zwembad en een prachtige roodachtige rotswand, die ze 's avonds verlichten met heel felle schijnwerpers. (Mooi ?)
Als we bij het zwembad zitten, komt net 'n hele schaapskudde langs met 2 herders en een hond. De mannen blijven onder aan de rots, maar de schapen klimmen eindeloos door in die wand ; aan hun belletjes kunnen we ze nog horen. Het is heerlijk toeven bij dat zwembad ; helemaal alleen, slapen de anderen allemaal ? Helaas hebben ze net, die dag, het water ververst. Gisteren was het nog zeewater, nu chloor (ijskoud), maar wel schoon. Ik lees lekker verder in mijn boek over Kapitein Michalis en Geert de Telegraaf. Tegen half zes gaan we het dorpje Matala verkennen met zijn vele winkeltjes en 'n overdekt marktje, waar we weer eens druiven kopen. De terugweg geschiedt in het pikkedonker, op 'n zeer slechte weg.

30/9.      6e dag. (Vrijdag) :
Ik citeer uit de folder :
   « ontbijt en 08:30 uur vertrek naar de markt van TIMBAKI. Vervolgens bezoek aan de opgravingen van GORTYS en het dorpje CHARAKAS waar we o.a. diverse huisjes gaan bezoeken waar geweven wordt. Lunch in het dorpje ARKAIAHORI. Via ANO VIANOS naar hotel ESPERIDES in MIRTOS. Diner, overnachting en ontbijt. »

busstop bij Mires, helaas was het dicht !

7u 15 gaat de telefoon : wakker worden, de koffer weer dichtproppen, het bekende ontbijt nuttigen en vol verwachting de bus instappen. Het bevalt ons tot nu toe erg goed. Eerst wordt er terug gereden naar het handelsstadje Timbaki, waar 's morgens een (voornamelijk groente en fruit) marktje is ; daar wandelen we een half uur doorheen. Het doet me erg denken aan de markt in Haarlem noord, om maar wat te noemen, nou ja, behalve de temperatuur dan. Sommige oudjes zitten op de stoep met slechts één zak voor zich ; 'n oud vrouwtje verkoopt sperziebonen en wierrook stokjes, 'n man aan een tafeltje, « oude » munten, met een papiertje, als echtheidsgarantie ; uiteraard heb ik er verschillende gekocht, dan roept Takis weer en we rijden door naar Górtys ; onderweg maken we, vlak voor Mires, een stop bij een pottenbakkerij, waar ze helaas juist díe dag niet werken. We kunnen toch alles bekijken, vanaf de hopen stenen, aarde en klei t/m het met de hand beschilderen toe. Ook verkopen ze boeken met prachtige tekeningen en voorbeelden.

Górtys-St.Titosbasiliek

Górtys-St.Titosbasiliek

Ik citeer uit de gids :
   « Górtys ligt over een groot gebied verspreid en was al een belangrijke stad omstreeks 500 v. C., toen zijn wetten in steen gegrift werden. Het werd in 67 v. C. na de komst van de Romeinen de hoofdstad van Kreta, maar ging volledig te gronde na de invasie van de Moren. »
Overal tref je tussen bomen, zuilen en beelden oude resten aan. Het skelet van de Agios Titos Basiliek (7e eeuw) gonst van de vogels en in het gras ligt een levensgrote Apollofiguur. Het viel een vogelkenner uit onze groep juist op dat er zo weinig vogels waren. Ook zocht hij naar uilennesten, maar vond er geen.
Aangezien we hier geen officiële Griekse gids hebben genomen, mag Marja niet met ons meelopen. Zij zou ons wat kunnen vertellen en loopt dan de kans gearresteerd te worden. Ook bij Górtys mogen de opgravingen niet meer verder gaan vanwege de vruchtbare grond van de Messara vlakte. De belangrijkste attractie in Górtys vormen de wetten, die de Doriërs in massieve steenblokken hebben gegrift. 17.000 letters van een archaïsch Dorisch dialect. De regels moeten om en om van rechts naar links en van links naar rechts worden gelezen. De wetten betreffen zowel burgerlijk- als strafrecht, huwelijk, overspel, echtscheiding, eigendomsrechten en diverse soorten van mishandelingen.
Na Górtys trekken we verder naar het oosten en zien steeds meer kapotte plastic kassen ; het is een onvoorstelbare troep, overal liggen stukken plastic. De Hollander, Paulus Kuypers, die hen geleerd heeft onder « glas » te telen, is het niet gelukt hen te leren hun afval te verbranden. Een andere Hollander, daar werkzaam, is er nu mee bezig.

Harakas in de bergen

Harakas-bus past net !

Harakas-mannen op terrasjes

Harakas-'n weefster Harakas-volkskunst Harakas-rots in je achtertuin alleen magere kalkoenen Harakas-vreemde schoorsteen

Bij Protoria nemen we een héél klein weggetje om het wevers dorpje Harakas te bezoeken ; dankzij de rijkunst van Takis past onze bus in die straatjes. Daar zien we een meisje heel dunne lakens weven met de meest ingewikkelde patronen. Ze verkopen, niet duur, prachtige lakens, slopen, handdoeken, kleedjes enz. Tijdens een wandeling door het dorp komen we de meest vreemde schoorstenen tegen of rotsen in achtertuintjes ; het is er uitgestorven op 'n paar magere kalkoenen na en de mannen die praten, kaarten of dobbelen op de terrasjes voor de cafeetjes. Na héél lang wachten, hij begreep ons zeker niet, krijgen we in 'n « feestruimte ?» 'n kopje Griekse koffie met veel koud water erbij ; heerlijk. Helaas moeten we het snel naar binnen werken, men verzamelt zich alweer voor 't vertrek. Oh ja. de WC was ook heel apart : géén deur, wel een keurige pot (nou ja) met bril en deksel.

Sultanas

iedereen werkt mee

Na Charakas gaan we recht naar het noorden, en komen in het druivengebied, waar de Rosakis net geplukt worden. We boffen. Langs de wegen zie je bordjes met : « Caution, Danger. Road Slippery With Grape Juice ». Van het meest eenvoudig karretje tot aan grote vrachtwagens toe vormen lange rijen bij de « wijn­fabrieken » ; ’n enkel ezeltje staat er volgepakt tussen. Ook alle Sultanas liggen te drogen in de zon ; ze moeten allemaal gekeerd worden. We zien ze overal op de wegen liggen, (maar later in ons hotel lees ik dat het speciale cementvloeren naast de wegen zijn) in zakken gaan ze daarna naar de fabrieken, om gedesinfecteerd en gespoeld te worden.
We klimmen hoger, nog steeds richting Heraklion ; het landschap wordt opener en de agaven talrijker. Bij het plaatsje Kaloris gaan we via een kleinere weg, terug naar het zuiden ; de veren van de bus en onze magen krijgen heel wat te verduren, dan zijn we weer terug bij de Rosaki druiven met hun heel hoge stokken.

Agia Moni-koffiestop

In Arkalahari krijgen we een heerlijke lunch, te beginnen met Raki van het huis, dat lekker sterk is en bij het eten ’n plaatselijk wijntje voor 100 Drachme de liter. Na het eten wandelen we door Arkalahari en zien een ezeltje volgepakt staan, naast een grote hoop stenen. Het aantal kilometers dat hij zal moeten afleggen voor die stapel leeg is. Overal zijn ze bezig met het persen van druiven ; door het toevallig open duwen van een deur, krijgen we twee vrouwen te zien, druk bezig in een kamertje, d.w.z. oma staat met haar blote voeten in een grote bak en haar dochter vangt het sap op in plastic emmertjes. Ergens anders, gewoon op een open vrachtwagen, staat een man met zijn laarzen, op een jute zak vol druiven te stampen ; het sap loopt in een plastic afvalzak, onder de vrachtwagen. Vriendelijk lachend bieden ze ons een glas van dat sap aan. Geert aarzelt een seconde, héérlijk. Hygiëne ? Ach.
Zoals overal, zitten de vrouwen voor hun huizen, met hun rug naar de straat toe gekeerd te borduren, te breien of te spinnen.
In een cafeetje drinken we Griekse koffie ; het is overigens overal Turkse koffie, maar dát woord mag je hier niet gebruiken. Om de WC te vinden loop ik om de hoek een deur door, de trap op en… bevind me zomaar bij iemand in huis
 ; alle deuren, nou ja twee, staan open ; alles is keurig, maar saai ; badkamer van 1 ½ m2, wél met wastafel, douche en WC.

Myrtos

Myrtos

Takis roept iedereen weer bij elkaar ; het is elke keer koppen tellen, je zou iemand achterlaten, en de tocht gaat verder langs de voet van het Diktigebergte ; het landschap wisselt enorm, kaal en wild, dan weer vriendelijk en groen, met de vele bijenkasten, olijfgaarden en dennenbossen. Marja blijft boeiende verhalen vertellen tot we weer bij de Libische zee zijn, met het blauwgroene water en het plaatsje Myrtos, te midden van de plastic kassen.

Hotel Esperides

het nieuwe zwembad

the oranje valley

Tegen 18 uur komen we in het Esperides hotel aan, een C-hotel, tot nu toe alleen A en B ; werkelijk prima en het eten, voor het éérste, echt uitstekend. Ik ga direct zwemmen, later komen nog wat anderen ; Geert bekijkt het vanuit ons balkon, maar koud, brrr. Het zwembad bestaat kennelijk pas sinds kort ; is nog nergens vermeld. Na het eten wandelen we naar het haventje en bestellen een dubbele Griekse koffie ; die blijkt de maat te hebben van een grote Nescafé kop. Weer héérlijk geslapen in een doodse stilte.

1/10.      7e dag. (Zaterdag) :
Ik citeer uit de folder :
   « 08:30 uur vertrek naar IERAPETRA, de meest zuidelijke stad van Kreta. Kort verblijf, waarna door naar het strand van VAI (fotostop). Via het klooster van TOPOU terug naar het vriendelijke stadje SITIA voor de lunch in een taveerne aan de baai. Na de lunch richting hotel MARIANA. ’s Middags vrij. Diner. »

Oost Kreta

Om 9 uur vertrokken, rijden we langs het levenswerk van de Nederlander, Paulus Kuypers ; hij was een ontwikke-lingswerker, die van 1968 tot 1971 (daar verongelukt) de tuinders leerde van de volle grond op kasteelt over te gaan. Het is duidelijk succesvol geweest, want bijna alle beschikbare grond is nu met kassen bedekt. Hij bracht ze het goedkope plastic, dat je nu overal ziet slingeren, maar tegenwoordig gaan ze heel langzaam over op glas, beton palen en het verbranden van afval.

Ierapetra, de haven Ierapetra, de haven Ierapetra, de haven visser fresco uit Thera

Aangekomen in Ierapetra, maken we een wandeling naar het beeldig haventje met z’n Venetiaanse invloeden ; achter het indrukwekkend fort zien we net vissers binnen komen met grote vissen en krabben, die met touwtjes aan hun vingers hangen. De grootste slepen over de grond. [zie het frescopaneel hierboven, dat geheel intact in Thera ontdekt is.]

Ierapetra-messenmaker

Ierapetra is een paradijs voor toeristen, met z’n vele cafeetjes en taveernes, grote stranden en blauwe zee, waar je ook in de winter kunt zwemmen.
Volgens overleveringen heeft Napoleon hier overnacht op weg naar Egypte, men kan je nog het huisje aanwijzen.
Na een fijne wandeling door het stadje, waar o.a. alle messen gemaakt worden, die je overal op Kreta ziet, gaat de bus verder oostwaarts ;

het wordt een prachtige tocht langs de zuidkust, met allerlei vissersplaatsjes en heel mooie eenzame stranden. We komen ook langs Koutsounari waar de « Minoïsche ». huisjes van de Zuid-Europa Stichting staan. Nou, die liggen wel heel erg eenzaam te midden van de roodachtige rotsen, ach, als je van wandelen houdt is het er prachtig.
Het weer blijft heerlijk warm, zonder die koude wind van de eerste dagen. Na de rotsige kust, zien we weer vele druiven en bananenplantages. Gek genoeg worden die helemaal niet op Kreta verkocht, maar gaan allemaal naar Athene.
Dan buigt de weg naar het noorden en bevinden we ons weer in het ruige binnenland, dat nog niet bedorven is door toeristen. Ook hier zie je, net als overal, de onafgebouwde huizen ? Marja vertelt ons dat de mensen, zodra ze iets gespaard hebben, naar een bouwonderneming stappen om stenen, hout, cement e.d. te kopen. Ze beginnen te bouwen tot het geld op is en sparen weer verder. Een vriend had horen vertellen dat het meer een belasting kwestie is : een onafgebouwd huis is minder waard ; het geeft wel een rommelige indruk.
Doordat we langer in Ierapetra zijn gebleven, komen we pas tegen 12 uur in de buurt van Sitia aan, in het uiterste oosten van de noordkust aan de Kretenzische zee. Het is een vriendelijk stadje met weinig toeristen, er zijn maar een paar hotelletjes, dat bekend staat om zijn wijnen en rozijnen.

Sitia, Mariana hotel

Lopend vanaf het haventje, vinden we het Mariana hotel in een gezellig straatje ; het is een heel fijn hotel, erg compleet, voor het éérst brandend licht op het balkon, geen lekkende kranen o.i.d. geef mij maar C-hotels ; we krijgen bij binnenkomst direct een groot glas ijskoude limonade aangeboden, terwijl onze koffers door Takis gebracht worden in een open vrachtwagentje, dat hij heeft kunnen lenen. Eerst was er even sprake van dat we ze zelf naar het hotel moesten dragen, de bus past niet in die kleine straatjes.

op weg naar de haven, met 'n gezonde trek

heerlijk vis  eten

'n deel van onze groep

We lopen terug naar de haven voor een heerlijke vismaaltijd in een taveerne ; alweer ‘n hele fles witte wijn erbij ; het wordt traditie, maar onze kleren beginnen een probleem te vormen : met 2 volledige 4-gangen maaltijden per dag en 2 flessen wijn (dus ieder een fles) en de nodige borrels, passen we nergens meer in.

Sitia, haventje

Sitia, haventje

Sitia, steil tegen de rotsen

Na de lunch vertrekken we weer om het ochtendprogramma alsnog te gaan zien. Eerst rijden we langs het onbedorven stadje zelf, dat steil tegen de rotsige heuvel gebouwd is. Het ziet er welvarend en goed verzorgd uit met zijn witte huisjes. De weg kronkelt langs de baai van Sitia naar het oosten en we zien heel mooie villas met bougainville en geraniums in volle bloei, niet van die kleintjes zoals in Nederland.

ruig bergketen

rotsen en rotsen

wat olijfbomen

nog steeds op dezelfde manier

Bij het verlaten van de baai komen we terecht in de bergen, waar de weg zich al kronkelend omhoog worstelt ; in dit onherbergzaam landschap zie je alleen stenen, wat bijenkasten en hier en daar wat grijsgroene pollen en olijfbomen. Af en toe zien we valken vliegen, net als in het westen bij Lefka Ori.
Overal op Kreta leggen ze nu nylon netten onder alle olijfbomen klaar, voor de moeizame oogst in oktober. Met hele families lopen ze van de ene naar de andere boom en slaan met lange stokken de olijven in de netten, en dat soms op heel steile hellingen.

het klooster en de kerk

klooster van Toplou

klooster van Toplou

'n deel van de cellen

de klokkentoren

binnenhofje met kerkje

binnemhof

Dan pakken we een echt heel slecht zijweggetje en bereiken het klooster Toplou, (afgeleid van het Turkse woord voor « kanon », waarvan een groot exemplaar voor de verdediging van het klooster werd gebruikt) dat in de 14de eeuw werd gebouwd door de Venetianen. Er wonen nu nog slechts enkele monniken in dit vroeger zo belangrijk klooster, dat in de 18de eeuw tot een vesting werd versterkt. Het is heel vaak een centrum van verzet en opstand tegen de Turken geweest. Ons wordt verteld dat het onderaardse vluchtgangen heeft.

Heer, gij zijt groot

Het bezit erg mooie iconen o.a. de beroemde « Heer, gij zijt groot » uit de 18de eeuw en verder fresco’s. Tegenwoordig woont daar een vrouw, die iconen maakt in de oude stijl, nog steeds met 24-karaats bladgoud. Het klooster bezit een enorme hoeveelheid grond, waar ze niets mee doen. Daar het blijkbaar erg vruchtbaar is, is de bevolking er nogal boos over ; er schijnt op het ogenblik een proces aan de gang te zijn.

nog steeds op dezelfde manier

We moeten ons losrukken, Takis en zijn bus wachten om verder te gaan, éérst weer langs het zijweggetje, nu naar beneden, nog enger, dan tot de oostkust ; daar bereiken we ineens een wonderlijk aandoend dadelpalmenwoud : Vaï, dat palm betekent in het Grieks. Volgens de overlevering zijn de palmen afkomstig van, door Arabische indringers, uitgespuugde pitten.
Vai heeft het enige wilde palmenbosje van Europa.
Op het moment dat we daar aankomen, vrij laat eigenlijk, betrekt de lucht maar gelukkig is dat heel snel weer overgewaaid. We gaan heerlijk zwemmen in warm water, dat zo zout is dat je nauwelijks enige bewegingen hoeft te maken om te blijven drijven. De ouderen onder ons zitten heerlijk in de schaduw van palmbomen naar ons te kijken.
Via dezelfde hobbelige weg komen we weer in Sitia en het Marina hotel terug. Geert heeft een Telegraaf en pinda’s aan de baai gevonden ; zittend op ons balkonnetje nemen we, genietend, een glaasje en wat zoutjes, de Whisky en de Sherry van Schiphol raken al aardig op, tot het tijd wordt om gezamenlijk naar de baai te wandelen, om in dezelfde taveerne te gaan eten ; het weer is bijzonder mild, Geert heeft bv. een trui over zijn schouders geslagen. Na nog wat slenteren langs de baai is het heerlijk slapen.
Midden in de nacht word ik ineens gewekt door huilende honden, net wolven ; zijn dat wilde honden ? Na een tijdje begint één keffertje uit de buurt mee te huilen, dan hoor ik ze wegtrekken en de rust keert terug.

2/10.      8e dag. (Zondag) :
Ik citeer uit de folder :
   « Vroeg op voor vertrek om 06:00 uur via de opgravingen van GOURNIA (fotostop) naar AGIOS NICOLAOS. Daarna naar het kerkje van KRITSA met oude fresco’s. Vandaar via de verschillende accommodaties voor uw eventueel aansluitend verblijf, via de kustweg naar HERAKLION. »

 ezeltjes

mooi dorpje

Helaas de laatste dag. Om 05:30 uur op, vertrek pas om 06:30 uur. We verlaten het mooie, witte Sitia en de weg klimt al vrij snel de bergen in ; aan onze linker hand zien we een vallei met wijn- en olijfgaarden, rechts van ons kale grijze rotsen. We zien alweer vele Kretenzers op ezels met 1 of 2 geiten aan een touw ; ze brengen ze elke dag naar een weitje. Steeds verder draait de weg omhoog en nog eenmaal zien we Sitia diep onder ons liggen. De enorm bochtige weg gaat langs oleanders, eucalyptussen en dennen tot we echt op de hoge kustweg zijn, de zogenaamde Riviera van Kreta. De weg slingert langs witte dorpjes op steile hellingen, met boomgaarden en olijvenbosjes aan de ene kant en een zeer steile afgrond aan de andere, dit is geen ritje voor mensen met zwakke zenuwen of magen ; het is wel een goede nieuwe weg.

Golf van Mirabello

zuidoost hoek golf van Mirabello

Golf van Mirabello

En  dan verschijnt ineens de prachtige Golf van Mirabello. In de verte ligt het witte Agios Nicolaos. een plaatje. Vlakbij ligt een klein eiland Psira, wat « luis » betekent, het heeft een groot lijf en een heel klein kopje.

Al kronkelend beginnen we te dalen, tot we beneden bij de Golf van Mirabbello terecht komen ; het is nog steeds heel vroeg, 07:30 ; we slaan links af op een smal weggetje om Gournia, te bekijken. Gournia, een complete Minoïsche stad, is de enige die goed bewaard gebleven is. Ze leidde in de 16de eeuw v. Chr. een bloeiend bestaan, strategisch gelegen aan de Golf van Mirabello en de landengte van Ierapetra.

Gournia

Gournia

Gournia

Je krijgt de indruk in een speelgoedstadje rond te dwalen : de huizen zijn hokjes, het marktplein een binnenplaatsje, de stadspoort een schuurdeur. Uit de kleine afmetingen van de huisjes, slaapkamers, werkplaatsen, alles zonder dak, zou je kunnen afleiden dat de mensen uit die tijd, veel kleiner waren dan de huidige Kretenzers. Twee kleine katjes draaien miauwend om ons heen, Marja heeft erg veel zin om ze mee te nemen. Er is geen huis of levend wezen in de verre omtrek te bekennen ; waar leven ze van ?

Terug in de bus rijden we een lange tijd, op een bochtige weg, langs de Golf van Mirabello door een weelderige vegetatie, veel olijf- amandel- en Johannesbroodbomen. Overal lopen de mensen op z’n zondags gekleed, met het hele gezin op weg naar de kerk. Schapen en ezels in overvloed, evenals piepkapelletjes. Ook hier zie je de meest mooie villa’s met bloeiende bougainville en geraniums.

Kriti

Dan gaan we voor onze laatste begeleide bezichtiging weer de bergen in ; het wordt een klim van 500 meter uitgesmeerd over 10 kilometers, langs de olijf- amandel- en Johannesbroodbomen. De vruchten van de laatste hebben we geproefd : hard, zoetig, doet ’n beetje aan opgedroogde rozijntjes denken. Dan bereiken we het beeldige Byzantijnse 13e eeuws kerkje Panaghia Kera van Kritsa (of Kristi, er zijn vele spellingen en zelfs namen voor hetzelfde hier op Kreta.) De enorm dikke muren zijn in de 14de en 15de eeuw door volkskunstenaars beschilderd met fresco’s van starende, hoekige heiligen. Het is echt prachtig. Om 08:15 zijn we al bij het kerkje en lopen daarna naar de vroegere pastorie, nu een cafeetje ; daar nemen we weer de dikke schapenyoghurt met honing, helaas het is fabrieksyoghurt, niets aan en de koffie is Nes.

Om 9 uur komen we in Agios Nicolaos aan waar we afscheid nemen van de hele groep. Ze krijgen een half uur om het stadje te bekijken en in die tijd brengen Marja en Takis ons naar ons hotel.

Het wordt een roerend afscheid, we hebben enorm genoten van die week en hij is zo aardig.

Zie verder bij Agio Nicolaos.

terug naar begin van pagina

je kunt me bereiken door op het envelopje te klikken Reacties lijken me erg leuk !