Suriname
Start Omhoog

Bijgewerkt op 27-09-2011

Republiek Suriname
op naar het Noorden van Zuid Amerika.
(28 april t/m 21 mei 1979)

plattegrond vlucht

Geert en zijn maatschap gaan, om de beurt, 6 weken de radioloog in het Academisch ziekenhuis van Paramaribo helpen, die er voorlopig alleen voor staat.
De eerste 3 weken (ruim) ga ik mee.

Zaterdag 28 april – brengt Emile ons om 7 uur naar Schiphol. Maar de verlengde DC8 heeft een mankement aan een motor, gelukkig tijdig ontdekt en na eindeloos wachten, kunnen we om 11.05u eindelijk vertrekken, voor de 1e vlucht die ons in 4 uur naar Santa Maria zal brengen, een van de eilandjes op de Azoren. We krijgen een prachtig menu uitgereikt : Breakfast = coffee, tea, fruit, hot snack, rolls and butter, cheese, sweets ; maar het is al half 12 ondertussen.

Het is mooi helder weer en we vliegen eerst over het Zuiden van Engeland. Wat ziet het er klein uit van daarboven. Daarna zien we alleen de zee tot we op Santa Maria landen. We mogen wel uitstappen om onze benen te strekken, maar uiteraard het vliegveldje niet verlaten.

Dan stappen we om half 4 in het volgende vliegtuig voor de vlucht naar Paramaribo. Nu even het menu raadplegen = Luncheon (nou ja) cold appetizer, fried chicken with mushrooms or fillet of veal with pizza sauce, cheese and crackers, dessert, coffee. Nou daar komen we wel een tijdje mee door. De films zijn wel aardig.

Klik op een miniatuur om de foto te zien
of houd je muis stil boven het plaatje voor de naam.

Zanderij

Als we eindelijk om 4 uur ’s middags landen (voor ons al 21.30u) ziet het er bepaald niet uit zoals we verwachtten.  We belanden midden in een tropische regenbui. De vochtige hitte slaat ons tegemoet. Mijn eerste gedachte is « jaah. Heerlijk. » Het is 40 gr. C., met een luchtvochtigheid van 90%. Ben ik nou gek ? Neen, ik voel me er goed bij.

Veel is er niet te zien op « Zanderij », het vliegveldje van Suriname, alleen veel mensen, lichtbruin tot zwart, die hun familieleden al toezwaaien. Bij de douane duurt het lang, ze willen alles van je weten, de zweetdruppels lopen langs onze rug, want de « ontvangsthal » is overvol en er is geen airco.

houten woning op palen

Een taxi, besteld door Dr. Hagens, brengt ons naar Paramaribo. Dat wordt een leuke tocht van 47 km, waarbij wij onze eerste indruk krijgen van paalwoningen en « bungalows » door elkaar. Langs de kant van de weg, eerst wat laag, dor struikgewas en dan ineens bomen : hoog, groen en dicht, met af en toe een hutje, meestal een paar planken of boomstammen op 4 palen, met een palmbladeren dak ; later, wat zuidelijker,  hebben we er koelkasten in gezien, terwijl ze geen stroom hebben, status symbool ? Kleine zwarte, naakte, kroesharige kindertjes staan langs de weg, met grote ogen te kijken naar de langsrijdende auto’s, en zwaaien.

Paramaribo, Keizerstraat

Paramaribo

Paramaribo, begin Dominestraat

Dan rijden we door Paramaribo, met zijn enorme contrasten. Houten huizen, sommige in heel felle kleuren, maar de meeste vervallen, met afgebladderde verf, en scheef gezakt, héél kleine krotjes, die  ook bewoond zijn, en dan weer prachtige huizen, bijna paleizen, wisselen elkaar per buurt af. We rijden verder want we logeren in Torarica. Een heel mooi, groot opgezet complex, waar alle groten der aarde vertoeven, vele van onze ministers bv.

tropische regenbui

uitzicht uit ons raam

Zondag 29 april – blijven we in Torarica ; het blijft de hele dag regenen, dus denken we : « Het hoort zo in de kleine regentijd.  » Gelukkig niet. Et is een bibliotheek met allerlei achtergelaten boeken, ook in het Nederlands ; daar komen we de tijd wel mee door.

Torarica, werkdag is klaar

Torarica, zwembad

Maandag 30 april – is de eerste werkdag voor Geert, die erg benieuwd is naar de werkomstandigheden in het academisch ziekenhuis. Als hij om 2 uur terugkomt, ze werken met een tropenrooster, barsten de verhalen los ; zittend bij het zwembad, vertelt hij over de ongelofelijk aardige laboranten, die bij alle opdrachten en vragen prompt « Ja dokter » zeggen. Ze doen het daarna niet, maar je kunt toch niet « neen » tegen de dokter zeggen ; het woordje « academisch » is ook aardig misplaatst. Ze hebben verouderde apparatuur, maar het is er leuk werken. Hij heeft ook gemerkt dat alles er heel rustig aan toe gaat. Dat komt waarschijnlijk door het klimaat.

Torarica, tuin

Torarica, tuin

Torarica

Torarica

Om een uur of 4 gaan we wandelen door de prachtig aangelegde tuinen, die er tropisch uitzien met hun palmbomen, flamboyant, bananenbomen enz. Wist je dat bananentrossen naar boven groeien ?

Koninginnedag wordt niet meer gevierd, maar ‘s avonds is er een receptie in Torarica, voor de Nederlandse kolonie. We boffen ermee, want maken daardoor kennis met allerlei mensen.

plattegrond tocht

Geert op zo'n bauxietweg

leuke picknickplaats

Prof Blommensteinmeer

Afobakadam

Afobakadam

Afobaka stuwmeer

Dinsdag 1 mei – is het al gelijk een vrije dag. Met de gehuurde Mitsubishi gaan we op weg naar het zuiden, naar Afobaka, in het district Brokopondo, om het stuwmeer en de dam te bekijken. De wegen bestaan uit bauxiet en die prachtige rode aarde, die je overal ziet ; door de tropische regens hebben zich enorme kuilen gevormd, die je niet ziet, omdat ze vol water zitten. Nu begrijpen we waarom alle auto’s er zo krakkemikkig uitzien.Vanaf een leuk ingerichte picknick plaats heb je ‘n prachtig uitzicht over het Prof. van Blommesteinmeer. Het is een dor landschap van rode aarde en laag struikgewas. Over een onooglijk bruggetje : houdt he ons ? gaan we de dijk op en zien een oude Creool met enorme kaplaarzen en een hengel, op weg naar de Suriname rivier. Op de terugweg moeten we weer over zo’n vreselijke weg tot Panang en vallen van de ene kuil in de andere.

rusthuisje aan de weg

bosnegerdorp aan bauxietweg

De bosnegers die verdreven zijn van hun land, toen het van Blommesteinmeer ontstond, kregen destijds een keurig « opgelijnd » dorp bij Brownsweg, maar trekken, steeds verder en vestigen zich o.a. langs deze weg. Elk dorpje heeft aan de weg, een « rusthuis », met vlak daarachter, aan het begin van de bush, een « poort » om de boze geesten buiten te houden. De lucht wordt zeer dreigend, maar we blijven zon houden tot ’n paar kilometers voor Paranam, en dan is het goed mis.

bij Kersten, een van de vele limonadekarren

winkelstraat

huizen aan de waterkant

Surinam rivier

Woensdag 2 mei en de volgende dagen loop ik ’s morgens naar Paramaribo en verken de binnenstad met een plattegrondje in de hand. Mij is aangeraden om helemaal geen juwelen, noch een handtas te dragen, met slechts een portemonnaie in mijn zak ; en dat loopt heerlik zo, met lege handen. In het begin beperk ik me tot de waterkant, Keizerstraat en terug via Kerkplein en Gravenstraat, het is er zo leuk wandelen tussen al die verschillende rassen ; Creolen, Hindoestanen, Javanen en Chinezen.

markt aan de waterkant

schraapijs

ook levende krabben kun  je hier kopen

Elke ochtend is er markt aan de waterkant. Al die stalletjes met verse groente en fruit, zien er aanlokkelijk uit en ik koop wat bananen en mango's. Ook zou je er levende krabben kunnen kopen. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik géén schraapijs zal kopen, wel moeilijk als ik langs zo’n leuk in felle kleuren geschilderde karretje loop die je lokt met een belletje… neen, denk aan je ingewanden. Na ’n uurtje geslenterd te hebben is de terugweg naar Torarica best lang in die felle zon, toch doe ik het elke dag. Conditie opbouwen, hé.

Paramaribo-rooms katholieke kathedraal

Paramaribo-rooms katholieke kathedraal

Paramaribo-Hindoe tempel

’s Middags om een uur of 5 gaan we samen naar Paramaribo met de auto en zien in de Hofstraat  een bordje met « Mr. Ramdan, Kleermaker » staan ; we lopen naar binnen en komen in een klein winkeltje vol rollen stoffen, en zien een pezige Hindoestaan, druk bezig aan een grote trapnaaimachine ; overal liggen, al in vorm geknipte, stukken stof in diverse kleuren en dessins. Hij staat gelijk op en begroet ons vriendelijk in het Nederlands. Geert besluit 2 pakken te laten maken : één tropenpak, die heeft hij nog jaren gedragen  en één gewone wollen pak. We gaan uitgebreid stoffen uitzoeken, erg leuk, maar ook moeilijk. Ik vraag of hij ook dames kleding maakt, waarop hij naar achteren loopt en met zijn dochter terug komt : Neen, maar zijn vrouw en zijn dochter wel. Ik besluit de volgende ochtend met haar te gaan winkelen en leuke stoffen te gaan uitzoeken. Spannend allemaal, we hebben zoiets nog nooit gedaan.

’s Avonds zijn we uitgenodigd bij Anna en Hans Valk, die we hebben leren kennen op de receptie, 30 april. Het is een leuk stel ; hij is een echte militair, met uitgesproken meningen, zij, geboren en getogen in de tropen, heeft die typische slepende, langzame houding die zo charmant aandoet. Het wordt een heerlijke avond op een van hun terrassen, Nickerieweg 3, met krekels en kikkers als achtergrond muziek. We zullen ze nog vaak ontmoeten, ook later als zij naar Nederland verhuizen.

Siësta

onze kamer

onze kamer

Siësta. – tot 4 uur is alles en iedereen aan het rusten, dan pas gaan alle winkels weer open ; de eerste dagen trekken we er wel op uit met de auto, maar later blijven we toch liever bij het zwembad. Daar heb ik heel wat uurtjes doorgebracht, af en toe met een vruchtenpunch, 'n luxe, en als Geert om 2 uur terugkomt, eten we lekkere hapjes als lunch onder de gezellige, gestreepte parasols.

Donderdag 3 mei – trek ik steeds verder, lopend door Paramaribo ; ik begin het aardig te kennen. Vandaag ga ik stoffen uitzoeken ; éérst natuurlijk beslissen wat ik wil hebben. Op mijn aanwijzingen tekent mevr. Ramdan heel vlot, allerlei leuke jurken, rokken, blouses, en uiteindelijk kies ik er 2. Met de dochter op stap, vinden we in een van de winkets heel gezellige stoffen ; nou ja, winkels. het zijn kale ruimtes met TL verlichting, of gewoon donker, en open naar de straat. Evenals de « restaurantjes », die gekleurde plastic tafels en stoelen hebben, natuurlijk zijn er ook echte restaurants.

’s Avonds krijgen we een zalige Surinaamse maaltijd voorgeschoteld door de oergezellige dikke Creoolse Dr, Dé. Helaas zullen we hem niet meer zien, zijn huis staat al « vol koffers », morgen vertrekt hij naar Nederland, de reden dat de maatschap invalt.

het huis van onze kleermaker in de Hofstraat

Dominestraat

Vrijdag 4 mei – kunnen we al gaan passen, het ziet er goed uit.

colakreek met het zwarte water

colakreek, winkeltje

colakreek, heerlijk zwemmen

Daarna gaan we naar het beroemde « Blako Watra » zwart water, of zoals het vaker genoemd wordt « de Colakreek ». Het is een meertje midden in het bos, en het bijzondere is dat het water echt zwart is. Het is heel schoon, maar door de hoeveelheid ijzer in het water en de vele bladeren van de bomen die er steeds in vallen is het Coca Colakleurig geworden. Je kunt er heerlijk in zwemmen en er is ook een kleine stroomversnelling. Het is echt een gekke gewaarwording om dat donker bruine water over je armen te voelen spoelen.

Zaterdag 5 mei – is er een grootse receptie in het park van Torarica. Dr. Jusserruss gaat trouwen en verwacht 2000 gasten, kun je je dat voorstellen ? Verspreid over het terrein spelen leuke bandjes Zuid-Amerikaanse muziek en overal vindt je eettentjes met heerlijke Surinaamse hapjes ; bij het zwembad is er een grote tent gespannen, waaronder oudere Creolen met elkaar converseren en alwetend naar de jeugd glimlachen. Je ziet de mooiste jurken, maar vooral de Creoolse dames met hun prachtige hoofdtooien vallen op. Kindertjes rennen lachend door alles en om iedereen heen. Het is een geweldige Surinaamse bruiloft die de hele dag duurt, tot in de kleine uurtjes.

We krijgen van allerlei mensen goede tips, o.a. adressen van juweliers. Daar gaan we volgende week naar op zoek en kopen dan o.a. een heel mooie slangenarmband.

plattegrond - naar Santigron

Zondag 6 mei – Tocht naar Santigron. (zie links onderstreept)

 B O N I  T O U R S
agenwegstraat 10
Telefoon 77056
PARAMARIBO
Geheel goed verzorgde dagtrip naar het bosnegerdorp Santigron

-----------------------------------------------------------

 Santigron : gelegen in het district Suriname is het grootste en snelst vanuit Paramaribo te bereiken Bosnegerdorp, hoewel men voorlopig voor het vervoer erheen niet alleen met de auto maar ook met de boot moet reizen.
Het is ook niet aan te raden om dit dorp, dat aan de mooie Saramaccarivier gelegen is, te bezoeken zonder begeleiding van een gids die de gewoonten en gebruiken van de circa 1800 bewoners kent.
Het dorp zelf is meer dan honderd jaar oud en huist vertegenwoordigers van alle in Suriname voorkomende Bosnegerstammen o.a.: Saramaccaners, Aucaners en Paramacaners.
Ondanks invloeden van buiten, zijn de Bosnegers er in geslaagd de oude Afrikaanse culturen wonderwel te handhaven. Om deze reden ook werd in de dertiger jaren dit dorp door de filmmakers uit Hollywood gebruikt voor opnamen van de film, "Too hot to handle" met de benoemde Clark Gable.
De voornaamste middelen van bestaan voor de bewoners zijn de houtkap en roofbouw. Men kan hier fraaie met de hand vervaardigde houtsnijkunst kopen en zien hoe deze vervaardigd wordt.

Boni Tours, Wagenwegstraat 10

PROGRAMMA

Vertrek 9.00 uur

Route   Wagenwegstraat, Kerkplein, Keizerstraat, Zwartenhovenbrugstraat,  Gemenelandsweg, Verl. Gemenelandsweg via de  Leidingen naar Uitkijk.

Per omgebouwde korjaal +/- 3/4 uur varen naar Santigron.

09:45    Aankomst Uitkijk.
10:15    Saramaccarivier opvaren
11:00    Aankomst Santigron
            Wandeling door het dorp en verklaringen over  Azempaw, Gadoe Akaminja, Vagie, Osoe, Vakapaw etc.
12:00    Drankje en voettocht naar het Brinkhorst kanaal en de moerassen achter het dorp.
13:30    Warme maaltijd in het dorp
14:00    Rondwandeling, gelegenheid tot het aanschaffen van houtsnijkunst.
15:15    Vertrek Santigron per bus via Javaweg - Pad van Wanica.
16:30    Aankomst Paramaribo
Meenemen:Fotocamera, gymschoenen etc.
Minimale deelname
 : 5 volwassenen, prijs p.p. Sf.55, all in
Uw gids spreekt
 : Nederlands,
Engels  en de taal van de plaatselijke bevolking.

Aangezien we de enige belangstellenden zijn, het gaat gelukkig wel door, vertrekken we 's morgens vroeg uit Torarica, met een roodbruine volkswagentje. Iwan, onze gids van Boni Tours is een gezellige man, zelf afkomstig uit Santigron. Met zo’n kleine auto kun je gemakkelijk, nou ja. die wegen, Santigron bereiken, wat we als eerste doen ; vanuit Paramaribo rijden we naar het westen, eerst langs Uitkijk, een klein stadje aan de Samaracarivier, en buigen dan af naar het zuiden ;

meertje onderweg

Santigron-poort tegen de boze geesten

we genieten volop van alles om ons heen : die dichte oerbossen, dan weer kleine dorpjes aan die knalrode weg, of ineens een open plek met een beeldig meertje ; het is veel gezelliger zo met z’n drieën en Iwan stopt regelmatig om ons foto’s te laten nemen ; hij wijst ons de knalblauwe vogels aan en ziet de apen die wij alleen kunnen horen, en dan komen we aan bij de poort, die zijn dorp beschermt tegen de boze geesten, het zijn 2 eenvoudige stokken die aan beide kanten van de weg in de grond zijn gestoken, aan de bovenkant gevorkt zodat er een 3e stok in kan liggen : nog wat palmbladeren en de boze geesten blijven weg.
Als Iwan parkeert, komen veel mensen aanlopen, de blote kindertjes voorop, die hun handjes bijna verbranden aan de hete auto. Hij wordt enthousiast begroet, (en wij natuurlijk ook) en omringd door bijna zijn hele stam ; die echte band is fantastisch om te zien, het doet me erg veel.

Iwan en Geert

zij wou niet op de foto

vrouwen schillen cassave

hier krijgen we 'n heerlijke maaltijd

Santigron

niet bang voor piranha's

In optocht lopen we naar het dorp, dat heel ruim is opgezet, met veel licht, en de paden en hutten met hun palmbladeren daken zien er zo schoon, zo netjes uit. We krijgen een heerlijk drankje aangeboden (wat  ?) onder een palmbladeren dak, wat heel koel aandoet.

Tijdens een wandeling door het dorp, voortdurend vergezeld door lachende kindertjes die onze handen vast pakken, zien we vrouwen aan het koken, anderen schillen, raspen en persen cassave fijn, er is veel bedrijvigheid ; het is een heel mooi dorp met z’n 1.800 inwoners. De wandeling gaat verder tot we bij grote moerassen belanden  ; zijn er kaaimans en slangen ? ook gaan we kijken bij de Saramacarivier :ze hebben een grote aanlegsteiger en er liggen vele korjalen. De kinderen zwemmen in de rivier en de vrouwen wassen kleren, zijn ze dan niet bang voor de piranha’s ?
Terug in het dorp worden we onthaalt op een heerlijke maaltijd, echt Surinaams : bruine bonen met rijst en kousen­band ; de lachende vrouwen om ons heen maken het echt heel bijzonder ; ze proberen de kindertjes van ons af te schudden,  maar dat hoeft echt niet. Zou dat ongedwongen komen omdat we maar met z’n tweeën zijn ?

afscheid en terug naar Uiykijk met 'n korjaal

Dan wordt het tijd om te vertrekken, en we lopen naar de steiger, waar een korjaal op ons wacht ; we worden door vele handen uitgezwaaid. Iwan gaat met de volkswagen terug, die treffen we weer in Uitkijk.

onderweg-Panamakanaal

onderweg naar Uitkijk

Wat is het heerlijk op het water, al mag ik mijn handen niet door het water laten glijden ; de mangrovebossen met hun enorme wortels die uit het water steken zijn indrukwekkend ; overal hoor je apen en zie je vogels in de meest felle kleuren, een feest voor de ogen. Ook zien we kleine vissersdorpjes, boeiend allemaal. In Uitkijk wacht Iwan met de trouwe volkwagen, die alle kuilen heeft overleefd. Hij brengt ons terug naar Torarica. We nemen afscheid van die ongelooflijk aardige man, die ons een prachtige dag heeft bezorgd.

Maandag 7 tot vrijdag 11 mei – zijn gewone werkdagen voor Geert, die het tropenrooster prettig vindt ; hij is een ochtendmens en kende het van ander half jaar Nieuw Guinea, als arts in de marine.
Ik maak dagelijks mijn wandeling naar Paramaribo, zwem veel en als Geert terug is, liggen we, na de lunch bij het zwembad en gaan later wat tochtjes maken.

heer Roelofsen

Donderdag 10 mei – ontmoeten we de heer Roelofsen ; helaas is zijn vrouw net in Nederland en hij erg druk met zijn zaken. Even was er sprake van dat ik de volgende dag mee zou kunnen naar een plantage, er was nog één plaats in zijn auto, maar op het laatste moment melde zich een landbouwingenieur en die ging uiteraard vóór. Jammer.

De heer Roelofsen belt « Stinasu » voor ons op en organiseert een schildpaddentocht naar Matapica voor het komend weekend. Achteraf hoorde ik van andere toeristen dat er helemaal geen plaats meer was, we boffen dus wel.
We krijgen alles van hem te leen : koelbox, botervloot, zaklantaarns, verrekijker, flitsapparaat en… WC papier. Daar denk je als onervaren Europeaan niet aan. We moeten alles meesjouwen voor 2 dagen. Fantastisch.

Zaterdag 12 en zondag 13 mei – Schildpaddentocht naar Matapica.

AAN DE GASTEN VAN DE NATUURRESERVATEN.

Hierbij vragen wij uw aandacht voor enkele zaken, opdat uw boottocht naar en verblijf in de reservaten zo aangenaam mogelijk wordt gemaakt ;
Voor boottochten geldt :
 pak uw bagage goed in zodat die niet nat wordt wanneer het regent of (vooral bij tochten over zee) veel buiswater aan boord komt, en het dekzeil niet alle bagage zou kunnen bedekken.
  help mee uw bagage in de boot te laden, zodat er snel vertrokken kan worden.
  tijdens het varen kunt u niet over al uw bagage beschikken, dus houdt bij de hand wat u tijdens de vaartocht denkt nodig te hebben.
  houdt er rekening mee dat u niet onder het afdak van de boot kunt zitten (boten naar het strand hebben geen afdak), dus leg regenkleding, een zonnehoed en zonnebrandcrème klaar.
Voor alle reservaten geldt ;
  denk aan uw lakens/dekens/slopen (desgewenst ter plaatse te huren).
  laat radio's en bandrecorders liever thuis, want ze mogen in het reservaat niet afgespeeld worden.
  het is niet toegestaan jacht- en/of vangmiddelen het reservaat binnen te brengen.
  het verzamelen van dieren en/of planten (of gedeelten daarvan) is streng verboden.
  honden worden niet toegelaten, omdat ze het wild op kunnen jagen en hun reuk het wild kan verdrijven.
 de STINASU kan voor geen enkel ongeval, veroorzaakt binnen of op weg naar de reservaten aansprakelijk worden gesteld. Men dient hiervoor zelf een reisverzekering af te sluiten
Onze dank voor uw medewerking en een prettig verblijf toegewenst.

schildpaddentocht

het is nog behoorlijk vroeg

SMS steiger

SMS steiger

Hoi. We gaan de schildpadden bekijken bij het eieren leggen. Daarvoor moeten we wel om 6:30 uur vertrekken uit Torarica, beladen met eten en drinken voor 2 dagen, plus een lunchpakket, om de rivierboot « Tapoerifa » van de Commewijnedienst aan de SMS stijger te nemen ; we zien de heer Roelofsen verschijnen om te kijken of alles in orde is ; wat ongelofelijk aardig.

Paramaribo vanaf de Surinam rivier

de bruine Comewijne rivier

1 van de vele dorpjes

uitladen passagiers onderweg

Het weer is prachtig, zodat we heerlijk kunnen genieten van de 4 uur durende tocht naar het oosten (Sfl. 1,50) ; wat leuk om Paramaribo vanaf de Surinamerivier te bekijken, met o.a. Fort Zeelandia, dan buigen we naar rechts en komen op de bruine Commewijnerivier ; oh, wat is dit een mooi land ; er gaat zoveel rust uit die traag vloeiende rivier en prachtige natuur ; we stoppen bij elk haventje, sommige echt krakkemikkig, om de meest uiteenlopende zaken uit te laden, o.a. vele kippen die ons eerst gezelschap hielden. Bij « de Nieuwe Grond » stapt een Hollandse familie uit. Aan boord bevindt zich ook een Hindoestaanse familie, die rotti's heeft meegenomen en aan iedereen uitdeelt (gemaakt van gele erwten en gevuld met kip, ei, kousenband en kruiden), heerlijk. Een deel van de groep van 9, waarmee we naar de schildpadden gaan, heeft helaas een radio mee ; gelukkig slapen we niet in hetzelfde gebouw, het was immers al volgeboekt, want keiharde muziek schalde de hele avond, hoorden we van anderen.

aankomst in Bakki

doorgeven van bagage naar de korjaal

Matapicakanaal

onderweg

Dan is het onze beurt om uit te stappen in Bakki ; iedereen helpt mee om de in zeildoek verpakte bagage over te brengen naar de wachtende korjaal, waarmee de reis verder zal gaan. Nu zitten we nog dichter bij de oevers, met die enorme mangrovewortels ; het is laag water en we moeten heel langzaam varen ; daardoor zien we vele Koetaivissen, rode sierkrabben (wenkkrabben) en hele vluchten ibissen ; we horen ook vele apen en ik zie ineens een Monki-Monki springen.

barak van arbeiders

ons onderkomen

bakken met kleintjes-20 cm

een nog kleine krapé volwassen wordt jij 100 cm

Aangekomen bij het logeergebouw van Stimasu, blijkt het dubbel geboekt te zijn ; de hele groep gaat per jeep over het strand naar de Post Kropaja Pasi, maar dat is helemaal vol, dus voor ons geen plaats ; gelukkig biedt Nico, ’n Scheveninger die de scepter zwaait over de schildpadkwekerij, ons tweeën de barak van zijn arbeiders aan, die vrij zijn. Het is wel warm onder het golfplatendak.
We bekijken de kwekerij met Nico die ons uitlegt dat de meeste nesten om 5 uur ‘s morgens uitgegraven en hoger op het strand weer ingegraven worden, boven de vloedlijn ; sommige nesten worden later, als de kleintjes uitkomen, weer uitgegraven om de kwekerij van « baby’s » te voorzien. Ze worden in die enorme bakken geplaatst om het eerste gevaarlijkste jaar te overbruggen. Dan worden ze, gemerkt, naar zee teruggebracht. Met de andere soorten, warana en aitkanti, die beide 1,75m lang worden, is het nog niet gelukt, omdat ze geen droogvoer accepteren. Schildpadden komen vanaf +/- februari tot juni de stranden op om eieren te leggen. Krapé’s 50 per legsel en aitkanti’s ongeveer 100.

Geert op boomwortel

’s Middags maken we een wandeling langs het volkomen verlaten strand. Overal liggen grote holle wortels, die ze in ‘t hotel Torarica, gevuld met zand, in de gangen gebruiken als asbakken.

Om 18:30 u. worden we per jeep naar de Post Propaja Pasi vervoerd, ongeveer 1 uur over het hobbelige strand, gedeeltelijk over Savanneachtige grond ; midden op het strand laten we de jeep achter, die ons, dankzij de volle maan, op het juiste karrenspoor heeft gehouden, beide koplampen zijn namelijk stuk ; daar worden we opgehaald door een Indiaanse visser, met prachtige donkere ogen en gitzwart haar, en zijn korjaal met buitenboordmotor, die niet erg gewillig is. We zitten in een inham van de zee, en ik zie ons al afdrijven. Na een half uur lopen op het door de volle maan sprookjesachtig verlichte strand, laat onze gids (chauffeur) ons achter bij het logeergebouw van Stimasu, en gaat op zoek naar schildpadden. Ondertussen zijn we al aardig wat muggen tegengekomen. Iets later komt hij terug om ons, nu met de hele groep, mee te nemen ; hij heeft een krapé gezien. Je mag er pas naartoe als ze een plek gevonden heeft en al aan het graven is. Deze blijkt geen goed plekje te vinden en vertrekt weer naar zee… algehele teleurstelling, het zal toch niet gebeuren dat we er geen vinden.

Aitkanti legt haar eieren

we blijven er de hele tijd geboeid naar kijken

Aitkanti wordt 175 cm

Oef, even later komt de gids stralend vertellen dat hij een aitkanti heeft gevonden, een hele grote, die we tot het einde toe gaan volgen. Nadat ze met haar achterpoten een gat graaft van ongeveer 60 cm diep, legt ze 99 eieren, wordt ons verteld, die ze voorzichtig met haar achterpoten toedekt ; als ze niet meer voldoende zand heeft, voert ze nieuwe aan met haar voorpoten. Ze kreunt en steunt er geweldig bij ; met daarbij nog de tranen die ze plengt, ’n teveel aan zout, wordt het een droefgeestig geheel ; iedereen krijgt reuze medelijden met het dier, maar opgegeten door de muskieten, blijven we tot het einde geboeid kijken.
Het geheel duurt voor zo’n dier 2 à 3 uur. Rond 1 uur besluiten we terug te gaan en komen een ander schildpad tegen die, aan de sporen te zien, de zee niet terug kan vinden ; het is onbeschrijfelijk. ze moet uren aan het ronddraaien zijn geweest. Onze gids gaat op haar staan en klopt haar op de hals de zee weer in. Hij vertelt dat het elke nacht gecontroleerd wordt en vele dieren weer de zee in worden geleid.
Na een zalige wandeling langs het strand in de volle maneschijn, vinden we de indiaan in diepe rust, in een open hut met ’n kampvuurtje, dat altijd brandt bij indianen. We pakken zelf de korjaal, maar hebben moeite om de jeep aan de overkant te onderscheiden ; het raakt bewolkt en begint te regenen. Geert en ik gelukkig er achteraan, rennen naar de jeep en worden overvallen door « miljoenen » muskieten die ook zijn gaan schuilen, brrr. De terugweg is enig : geen koplampen, geen weg, geen maan, wel slagregen en muskieten, maar we hebben genoten.
Terug in de barak, slapen we er heerlijk, maar het is er héét onder het platte aluminium dak. ’n Klein probleempje vormt de WC, ‘n houten gebouwtje buiten en ik moet er echt heen midden in de nacht, zijn er honderd of duizend muggen ?

Nico's vriendin naast Geert, erachter de WC hokken brrr muggen

hun zoontje toont ons de kwekerij

Zondag 13 mei – Moederdag – ’s morgens vroeg worden we gewekt door de heerlijke geur van gebakken vis, die Nico tussen aluminium platen aan het roosteren is ; we zitten heel gemoedelijk met z’n vijven te ontbijten, met zijn vriendin en zijn zoontje, die ons later, vol trots, de hele kwekerij wil laten zien ; en dit is echt veel leuker dan samen met de groep je eigen boterhammetje te eten, die wij weer met Nico en z’n gezinnetje hebben gedeeld.

Bakki, de rivierboot komt eraan

tropische regenbui

Om 8:30 u. vertrekken we weer onder een heerlijk zonnetje dat precies blijft schijnen, tot we in de rivierboot stappen. De overtocht verloopt heel anders dan de heenreis, we blijven binnen en krijgen een prima indruk van een tropische regenbui, de oever is nauwelijks te zien, terwijl het bloedheet blijft.

Elke maandag kun je zien, wie dat weekend de schildpadden heeft bekeken aan hun door muskieten opgezette hoofden en lichamen.

Maandag 14 mei – ben ik ’s morgens bij Hans en Anna Valk uitgenodigd om de verjaardag van hun dochter Irene mee te maken ; het wordt uitbundig gevierd, echt op z’n Surinaams, met onnoemlijk veel zelfgebakken taarten en lekkernijen. Françoise Roemers staat erop me weer thuis te brengen, al zou ik eigenlijk liever al dat lekkers er weer af willen lopen. ’s Avonds eten we met z’n vijven bij Sarina in Paramaribo ; oh. waarom zetten ze overal de airco zo laag? Je stapt van 35 gr. zo een ijskelder binnen, 21 gr. belachelijk toch.
We hebben zoveel aardige Nederlanders leren kennen, fijn voor Geert die nog 3 weken langer blijft.

de beeldhouwer Johan Pinas

restaurant Krasnapolski

Dinsdag 15 mei – gaan we ’s middags met Vera Noordam van de boetiek in Torarica op stap om Johan Pinas te ontmoeten en zijn beelden te gaan bekijken ; als afstammeling van een vroegere slaaf woont hij op « De Boer Buiten » 127, district Suriname, een oude plantage, die bij de afschaffing van de slavernij verkaveld en aan de slaven gegeven is. Eén beeld staat te koop, « de omhelzing », waar we allebei weg van zijn ; het is gemaakt uit een stuk mahoniehout, 85 cm hoog, gewoon 2 menselijke vormen die met elkaar verbonden zijn en prachtig glanzend gepolijst is ; we vragen er een optie op voor een paar dagen bedenktijd, het staat nu nog te pronken in de zitkamer. Terug in Nederland hoorde ik veel later dat hij een beurs had gekregen voor de Rietveld Academie, die hem terugstuurde naar Suriname, omdat ze zo’n ongelofelijk natuurtalent niet wilden schaden.
Terug in Torarica kleden we ons om, we hebben met Hans en Anna in Krasnapolski afgesproken.

Domburg aan de Surinam rivier

Domburg met Anna Valk

Domburg met Anna Valk

Woensdag 16 mei – rijd ik ’s morgens met Anna naar Domburg aan de Surinamerivier ; een leuk, wat ingeslapen, Javaans dorpje, aan een mooi geasfalteerde weg, met keurig witte strepen in het midden, wel wat anders dan die bauxiet weggetjes.

op de terugweg-leuke parasol

Hindoestaanse tempel in aanbouw

op de terugweg - prachtige natuur

Javaanse huizen

Overal kom je die karretjes tegen, met 2 grote wielen, die voortgetrokken worden door ezeltjes ; alle vrouwen hebben, heel verstandig, een fel gekleurde parasol boven hun hoofd, wat een erg leuk gezicht is. Bij het marktje hebben we een heerlijke limonade gedronken en een bakbeest van een grapefruit gekocht, ‘n « Sweetie », niet de zoete, want die smaakt nergens naar. Op de terugweg zien we een Hindoestaanse tempel in aanbouw, met ongewoon felle kleuren, rood, groen en goud ; prachtig gewoonweg, maar dat voelt bijna misplaatst te midden van  al die natuur en eenvoudige en sobere huisjes.

huis van Anna Valk

Irene plukt mangos voor mij

mangos, rijp van de boom

Na  afloop van het tochtje naar Domburg komen we bij in hun tuin met een glas soft, terwijl Irene mango’s en bacoven voor mij plukt. Ja. zo moet je ze eten, rijp van de boom, terwijl het sap langs je kin druipt.
s Avonds gaan we, als voorbereiding op onze tocht naar St. Laurent in Frans Guyana, de film « Papillon » zien, en terug in Nederland draait het in Haarlem, hoe is dit mogelijk. Het zegt je veel meer als je er zelf geweest bent.

Donderdag 17 mei – in m’n eentje naar Brownsberg.

BONI TOURS
Wagenwegstraat 10.
PARAMARIBO
Geheel goedverzorgde dagtrip naar BROWNSBERG Duur +/- 10 uur

De Brownsberg is een van de eerste bergtoppen, die men bij een reis in zuidelijke richting vanuit Paramaribo tegenkomt. Ruim 500 m. hoog, met uitzicht over het omliggende regenwoud, geschikt om door de Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname) tot natuurpark uitgeroepen te worden, en waar de verblijven van de Stinasu staan. U zult versteld staan van de 50 meter hoge bomen die op de bergwanden staan en een kathedraalachtig effect veroorzaken.
Vooral voor wetenschapsmensen en natuurliefhebbers is dit 6.000 hectare grote natuurreservaat een uniek gebied. Er zijn ook verrassende archeologische vondsten gedaan. De Brownsberg is genoemd naar de Amerikaan J.Brown, een der eerste goudzoekers in dit gebied. Enkele watervallen die men middels een klimpartij kan bezichtigen zijn de Mazaroni en de Ireneval. Doordat de temperatuur op de Brownsberg vooral 's avonds sterk kan dalen treft men in het hoofd logeergebouw Suriname's enige open haard aan.

 PROGRAMMA

 7.00 uur    Vertrek Wagenwegstraat no.10.
Route:      Wagenwegstraat, Kerkplein, Keizerstraat, Zwartenhovenbrugstraat, Highway (eerste snelweg in Suriname) Paranam (Aluminium smelterij in 1965 in bedrijf gesteld), weg naar Afobakkadam Het Prof. van Blommenstein Stuwmeer, Brokopondo, Brownsberg.
9.45 uur     Aankomst Brownsberg, Mazaroni plateau, een van Suriname's mooiste natuurreservaten.
10.00 uur   Boswandeling naar de Irenevallen in het reservaat, duur +/- 2 ½ uur.
14.30 uur Vertrek naar Afobakkadam en het van Blommenstèin stuwmeer, energie opwekking door middel van waterkracht.
16.30 uur   Vertrek naar Paramaribo.
18.30 uur   Aankomst Paramaribo.
  De tours worden uitgevoerd met een minimum deelname van 8 volwassenen
  Tourdagen: Dinsdag en Donderdag
  Prijs per persoon Sf. 65,— all in
  Meenemen: fotocamera, gymschoenen en zwemkleding.

Vandaag ga ik nog een dagtocht maken, helaas zonder Geert, die gewoon moet werken. Om 7 uur present bij Boni Tours, blijken we maar met 5 vrouwen te zijn, 2 jonge verpleegsters uit Curaçao en 2 jonge vrouwen uit Wormer, die zowat de hele wereld al hebben gezien. Op een straathoek ergens in Paramaribo wordt er eindeloos gewacht op de andere gasten, die uiteindelijk niet verschijnen, dus gaan we op stap met z’n vijven en de aardige Ciriël Eersteling als gids.

bauxiettrein

Paranam

Brownsberg, uitzicht op Prof. Blommenstein stuwmeer

Tot Paranam rijden we over Suriname’s « High Way », daarna de voor ons reeds bekende bauxietwegen op, die met de goede, nieuwe bus heel wat prettiger zijn dan met de gehuurde auto. Bij een kruising met het enige spoor dat Suriname rijk is, zien we een heel lange bauxiettrein langs komen ; Ciriël vertelt honderduit, o.a. dat er 4.000 mensen bij Paranam werken. Na Brownsweg komen we bij een brug die gerepareerd wordt, waardoor we, uit de bus gestapt, heel langzaam, over één plank moeten oversteken om aan de overkant in het wachtende vrachtwagentje, met WWF embleem, van Stinasu te stijgen tot Brownsberg dat 500 m hoger ligt ; het weer is fantastisch en het uitzicht over het Prof. Blommensteinstuwmeer, als we boven zijn, ongelofelijk mooi.

op weg naar de Ireneval

hier duikt het pad letterlijk recht naar beneden

even uitpuffen halverwege

Na even genoten te hebben, begint de afdaling naar de Irene waterval ; ik loop of liever struikel, gewapend met een stok, vlak achter Ciriël aan, die verschillende keren stopt om ons fel gekleurde vogels te laten zien, helaas geen apen, die we wel horen. Het is dalen tussen de bomen en lianen door, struikelend over uitstekende wortels ; gelukkig is er een touw gespannen, helemaal tot beneden aan toe, 500 m. lager. In zo’n oerwoud hangt een heel speciale sfeer : de warmte is drukkend, de vogels en de apen schreeuwen om het hardst en het zonlicht dringt nauwelijks door het dichte bladerdak heen. De weg naar de Ireneval is vermoeiend, maar we gaan bergafwaarts, dus vanzelf, hoewel je wel erg moet uitkijken voor uitglijden op de vochtige gladde ondergrond.

Cyriel als eerste in de waterval

wij in de waterval

De beloning aan het einde is een heerlijke badderpartij in het watervalletje, met het heldere en koele water, dat ook bijzonder goed smaakt. Ciriël zit er als eerste onder en daarna de chauffeur. Na 1 uur is het weer aankleden geblazen, sokken en gymschoenen weer aan, voor de terugweg. We weten wat we voor de boeg hebben, hebben het immers al afgelegd. Nou, neen. Sommige stukken zijn enorm stijl ; de boomstammen en lianen vormen een soort trap,waaraan je je omhoog kunt trekken al leunend op de stok, die we allemaal van Ciriël hebben gekregen. Maar het ergste is de ademhaling. Ciriël is streng wat het drinken betreft, 2 maal krijgen we een halve sinaasappel ; boven mogen we zoveel drinken als we willen.

we hebben het gehaald

pfff nog geen water

We hebben het gehaald, 500 m omhoog in één uur in die hitte ; we snakken naar drinken, maar de auto is er niet, en we moeten verder wandelen, heerlijk vlak, tot het logeergebouw van Stinasu voor onze eerste slok. Ik heb een soort trots en voldaan gevoel als ik dat laatste stukje afleg. We waren van plan geweest om foto’s te nemen op de terugweg naar boven, maar het tempo was hoog en we hadden het te moeilijk met onszelf, om daaraan te denken.
De logeergebouwen zijn prachtig ingericht : we zien de enige open haard van Suriname en ik kan me met geen mogelijkheid voorstellen dat het hier koud kan zijn.

gezellig eten en... drinken

uitzicht bij het eten

Stimasu

Stimasu

Gezellig onder een pergola krijgen we eerst een glas water, oh heerlijk. dan een voortreffelijke maaltijd overgoten met bier en dat, met het ongelofelijk mooi uitzicht over het oerwoud onder ons, rotsen en verder weg het stuwmeer.
Ciriël die vandaag jarig is, trekt een fles witte rum uit zijn tas. Dat afgewisseld met het bier van Boni Tours, zorgt voor een zéér vrolijke terugweg ; ’n half uurtje nog, bekijken we alle gebouwen, o.a. de ziekenboeg, waar kleine zielige aapjes verpleegd worden ; toch nog wilde apen gezien, al is het achter tralies.
Bij Brownsweg is de brug iets verder gevorderd, we kunnen nu over 2 planken oversteken. De bus staat in de felle zon op ons te wachten, leve de airco, gelukkig heeft de chauffeur, eigenaar van de bus, geen witte rum gedronken, maar wij vinden alles erg grappig, Ciriël incluis.

Afobaka

Onderweg naar Afobaka begint het geweldig te regenen. Gelukkig heb ik het met Geert al gezien, want nu lijkt het nergens op ; de bus rijdt tot onder het afdak van de picknickplaats, waar we één glaasje rum drinken, hm hm, en gelijk verder rijden : we hebben veel te lang rum gedronken en lopen nu een half uur achter op het schema. Zoals afgesproken brengen ze mij naar de Cassiniclub van Rudi, waar Geert, Hans en Anna al op mij wachten. Rudi heeft een Kapira geschoten en klaargemaakt (klein wildzwijn), lekker. Het is een mooie avond en de verschillende kikkers maken zo’n lawaai, dat we elkaar nauwelijks kunnen verstaan. Rudi’s 17-jarige vrouw is er deze keer wel, en ik heb wat met haar zitten praten in het Frans ; ook wat kralenkettingen en doeken uit haar dorp gekocht. Oh ja. nu heb ik ook grote toekans in het wild gezien in papayabomen.

Pinas met ons beeld

Vrijdag 18 mei – neem ik ’s morgens een taxi naar Zorg en Hoop, rijd langs het huis van Hans en Anna, maar het museum is niet veel bijzonders : rit Sf 6,00, op de terugweg neem ik zo’’n busje  : rit Sf 0,15. ’s Middags gaan we terug naar Johan Pinas om « de Omhelzing » te kopen, die hij voor ons signeert. en ’s avonds eten we bij de neurochirurg Radakishun, zijn assistent is er ook bij en het wordt een erg gezellige avond.

Zaterdag 19 mei – naar Albina en St. Laurent in Frans Guyana.
ALBINA is het meest oostelijk gelegen stadje van Suriname aan de (hier) twee kilometer brede Marowijnerivier gelegen tegenover het stadje St. Laurent in Frans Guyana.
Het is de hoofdplaats van het District Marowijne, ondanks zijn slechts 1.700 inwoners, en middels de zogenaamde Oost-West verbinding per auto vanuit Paramaribo binnen enkele uren te bereiken. Van Albina uit kunnen boottochten, liefst per korjaal met aanhangmotor, worden ondernomen naar de inlandse dorpen, alsook naar de zeestranden aan de Atlantische Oceaan, die voornamelijk bekend zijn om de arribada's van reuze zeeschildpadden die hier komen leggen en beschermd worden door de overheid.
Albina is een vakantieoord bij uitstek. Er waait vrijwel altijd een koele bries, zulks in tegenstelling tot het op de tegenoverliggende oever gelegen St.Laurent, bekend om de thans opgeheven Franse strafkolonie, waarover de gewezen déporté Henri Charrière zo treffend schreef in zijn boek « Papillon ».
De vele rivierstrandjes noden tot het maken van een wandeling en men kan desgewenst baden in de rivier of zich overgeven aan andere watersporten.

aankomst in Albina met Hans en Anna

Hans en Geert

Albina

Albina

uirzicht-officierclub

overkant St. Laurent

en wie gaat ons overvaren?

Met de pont van 9 uur vertrekken we met Hans en Anna richting Albina, met onze gehuurde auto. Gelukkig komt de eerste veerdienst vrij snel en zoals altijd, tot nu toe, boffen we weer met het weer. In Albina aangekomen, wandelen we wat rond, natuurlijk ook de voormalige officiersclub bekeken en daar een kopje koffie gedronken ;  maar we willen naar St. Laurent, dus wandelen we richting de Marowijnerivier, waar we ogenblik door kleine jongens worden overvallen die allemaal gillen : overkant, overkant, overkant. Het lijkt ons verstandiger om met volwassenen te gaan onderhandelen ; wie wil ons voor Sf 50,00 overvaren ?

op weg naar St. Jean

aankomst in St. Jean

wandeling naar Dukalski

wandeling langs pitoreske huisjes

Na veel heen en weer gepraat is eentje bereid ons in zijn korjaal mee te nemen, in St Jean te wachten, dan naar St.Laurent  en rond 3 uur weer terug te varen naar Albina. Mooi, we stappen in net op het moment van een plensbui, die gelukkig heel kort duurt ; gelukkig hebben veel korjalen een leuk beschilderde opbouw, die je kunt afsluiten met gordijntjes.
Aangekomen in St. Jean, wandelen we langs allerlei houten bouwsels, de meeste scheef maar met een afdakje waar mannen rustig zitten te roken, naar het restaurant van een Pool, Dukalski.

Dukalski wacht ons op met zijn hond

hogere Poolse keuken

In 1952 kwam Dukalski met zijn vrouw, 'n vroegere lerares Grieks en Latijn, en 4 kleine kinderen in St. Jean wonen. Zij hebben in Duitse concentratiekampen gezeten, terwijl de kinderen ondergedoken zaten met een dienstmeisje. 2 van hun kinderen zijn in de Marowijnerivier verdronken, de andere 2 wonen in Frankrijk. Na 27 jaar vertrekken ze binnenkort naar Frankrijk, naar hun kinderen. Dukalski wacht ons op met zijn hond en we worden onthaald op de hogere Poolse keuken, met recepten van voor de revolutie in 1910.

op naar St. Laurent

op naar St. Laurent

Na die copieuze maaltijd stappen we weer in de korjaal op weg naar St. Laurent ; daar aangekomen gaan we eerst wat drinken en filmpjes kopen, ineens in het Frans. Ik heb gisteren heel voordelig Franse franken kunnen kopen in Torarica. Bij de gendarmerie krijgen we de sleutel van Bagno, de opgeheven Franse strafkolonie.

Bagno strafkolonie

binnenplaats met guillotine

hirr heeft Papillon ook vastgezeten

afschuwelijk naargeestig Blockhaus 1 quartier disciplinaire

Met de film « Papillon » nog vers in ons geheugen zijn we benieuwd om het te bekijken : vreselijk, afschuwelijk als je bedenkt dat mannen daar jaren hebben vast gezeten. Bij de 1ste vluchtpoging kregen ze 1 jaar eenzame opsluiting, bij de 2de 5 jaar en bij de 3de de guillotine. Bij de pénitencerie zijn de hokken nauwelijks 1 meter hoog. Alles is erg overwoekerd, de binnenplaats met de guillotine nauwelijks meer te onderscheiden, maar de troosteloze sfeer is er niet minder om.
Terug in St. Laurent, dat volledig anders is dan alles in Suriname, gewoon een leuk Frans stadje, duiken we winkeltjes in, waar onze gids ons uiteindelijk terug vindt. Hij had er schoon genoeg van, het is dan ook half zes geworden. Hij geeft ons nog 5 minuten en als we
hem in Albina  Sf 60,00 geven straalt hij weer helemaal en buigt verschillende malen.
Helaas komen we 5 minuten na vertrek van de pont aan bij de steiger, 18.35 en de volgende gaat pas om 20 uur. Met een flesje Cola hebben we al die tijd op de brugleuning zitten praten en de zon onder zien gaan, en gelukkig niet al te veel muskieten. Bij de 2de pont duurt het uitladen eindeloos, maar eindelijk is het toch onze beurt.

Indiaanse klederdracht

indianen drogen cassave

Ook gaan we een middag naar een Indiaans dorp, waar ik armbanden koop, in prachtige patronen geweven met heel kleine kraaltjes. We worden ontvangen met de beroemde dis, bruine bonen met rijst. heerlijk. Daar zien we koelkasten in hun hutten op palen, maar geen elektriciteit.

Zondag 20 mei – moet ik helaas weer afscheid nemen van Geert en Suriname ; mijn handbagage is loodzwaar, maar ik moet er niet aan denken wat Geert, fluitend, als handbagage zal hebben : een bonk mahoniehout van 85 cm hoog. Achteraf vertelde hij dat hij problemen had gehad met de douane : wat was de waarde, had hij geen rekening enz. Geert antwoordde dat hij het in de rimboe had gekocht bij iemand die echt niet kon schrijven ; na veel hoofdkrabben mocht hij het zo meenemen.

korjalen

Het weer werkt niet mee, wat het afscheid misschien makkelijker maakt, maar zwemmen in het zwembad is er niet meer bij. Vanuit het Park bekijken we nog korjalen met buitenboord motorenraces. Na het bekijken van Fort Zeelandia is het tijd voor mijn laatste Jumbo Shrimps en dan is het tijd om te vertrekken. Geert brengt me onder een tropische regenbui naar Zanderij, we zien zowat niets. Geert loopt nog mee tot de paspoortcontrole en we zien de verlengde DC8 landen ; dan moeten we echt afscheid nemen. Met 250 man, totaal 3 blanken, stappen we eindelijk in. De reis verloopt erg rustig, met lekkere Surinaamse hapjes. Als uiteindelijk de lichten uitgaan, blijven 3 lampjes branden.

Maandag 21 mei – landen we om 7u30 Nederlandse tijd op Schiphol. Eindelijk om 9 uur heb ik mijn bagage en kan dus de bus van 9.30 nemen naar Haarlem. Oh ! waarom heb ik me er niet behoorlijk op gekleed ? met een zomerjurkje en sandalen wacht ik bijna een half uur op de bus, bij 11 gr. en een harde wind. Ik ben duidelijk weer thuis.

terug naar begin van pagina

je kunt me bereiken door op het envelopje te klikken Reacties lijken me erg leuk !