6.op naar Pinang
Start Omhoog

Bijgewerkt op 30-09-2011

op weg naar het eiland Pinang

23/2. Km stand 1.075. Het is nog steeds 19º C, maar ik trek wel ‘n bermuda aan en een T-shirt, trui er nog even overheen. Ik heb nog steeds moeite met het begrip « tropisch regenwoud », terwijl ik het koud heb en herinner me de hitte in Suriname toen we, na het bekijken van een waterval in de jungle weer 500m naar boven moesten klimmen. Om 9 uur rijden we naar Tanah Rata voor een laatste ontbijt in de bergen en nemen later afscheid van de leuke Pakistaanse vrouw en gaan verder naar beneden. Het is heel erg rustig op de weg en we genieten van de jungle, met zijn hoge bomen en vele bamboestammen. Nog lager verschijnen de eerste Orang Asli hutjes met hun daken van palmbladeren en deze keer moet papa stoppen, maar ik durf die mensen toch niet zomaar te fotograferen, dan maar ansichtkaarten.

Na 60 km zijn we beneden bij Tapah en pakken de North-South Highway naar ‘t noorden tot Gopeng, 30 km verderop. We komen in de streek van de tinmijnen en gaan verder naar Ipoh via de oude weg. Gopeng is zo’n oude tinstad met grauwe houten huisjes, wel nog veel bedrijvigheid. Het moet destijds een welvarende mijnstad zijn geweest, maar iets verderop komen we in een troosteloos verlaten tinstad waar de huizen op inzakken staan en niemand meer rondloopt.

Ineens zien we hoge steile rotsen, daar moeten de kalksteen grotten zijn. Het is eigenlijk een heel mal gezicht, want de rest van het landschap is vrij vlak. Het zijn de Chinezen die enorme tempelcomplexen in die grotten hebben ingericht. We rijden eerst door Ipoh, het centrum van de tinwinning in de 19de eeuw. Volgens Dominicus : een echte Chinese stad, met bedenkelijke reputatie volgens de vrome islamitische Maleisiërs. Gaan langs de westkant, het oude deel in, waar ik een glimp opvang van zijn prachtig oud station uit begin 20ste eeuw, echt de oude koloniale stijl. Vlak ernaast een enorm groot nieuw moskee en even verderop een Engels landhuis ; daar tussen in Chinese bouwsels.

Ten noorden van Ipoh willen we de grootste rotstempel gaan bekijken, de Perak Tong. Héél makkelijk te vinden, want het ligt aan de weg, alléén zijn er nooit bordjes of i.d. Papa rijdt langzaam want we moeten er echt al zijn, ineens zien we auto’s een weggetje induiken en achterom kijkend, ja, daar was het. Eerst even wat drinken. We vinden een stalletje die grote grapefruits « Sweeties » voor ons schilt. We kiezen voor de zoete soort, waarschijnlijk verkeerde keus, want heel weinig smaak maar goed voor de dorst. De guave die we later kopen is keihard. In Pinang heb ik hem op het balkon gelegd in de hoop dat hij zou rijpen, maar het kamermeisje heeft hem weggegooid. Maar nu de tempel. Dominicus citerend :
   « langs een reeks vijvers komt men bij de gevel. Voor de rots is een monumentaal front gebouwd. Naast de toegang bevinden zich 2 vooruitstekende gebouwen. In de centrale ruimte staat een groot Boeddhabeeld. Ook zijn de Vier Wereldwachters aanwezig. Opvallend is het grote aantal muurschilderingen. »
Maar vooral opvallend is de immense grootte, met overal trappen die naar nissen leiden, met altaren of Boeddha’s. In een andere nis zie ik een prachtige gouden lachende Boeddha. Je stikt er wel bijna van de wierook, want iedereen loopt met een heel pakje te zwaaien ; in weer een andere nis pak ik een klein boekje : het blijkt Chinees te zijn in stripverhaal­vorm, leuke tekeningen, maar weten jullie iemand die het voor ons kan vertalen ?
Zowat aan de overkant van de straat heb je een Thaise tempel in een gewoon gebouw met een liggende Boeddha, maar daarvan heb ik alleen in het voorbij rijden de enorme vooruitstekende en fel gekleurde voeten gezien. We zijn weer in de warmte, dus de achterbank vult zich snel met lege flessen water.

Verder naar het noorden, bekijken we Kuala Kangsar, sinds 1876 de residentie van de sultans van Perak. Overweldigend nieuw paleis, maar ook het oude houten paleis mag er zijn ; dan komen we bij de mooiste moskee van Maleisië, de Masjid Ubudiah. Ik vraag in mijn onnozelheid of we het kunnen bezichtigen en krijg een hooghartig neen aan mijn broek. Er komt net een heel rijtje jongens naar buiten, leuk gezicht.

Via de Highway, het noordelijk deel is niet zolang geleden klaar gekomen, rijden we door vlak en saai gebied met palmboomplantages. Bij Butterworth zien we de prachtige 14 km lange brug die naar Pulau Penang voert. (Is het nou Penang of Pinang ?) Ik houd er weer mee op. Overigens, hartelijk dank voor je telefoontje thuis. Ja, het gaat goed met ons.

liefs, mama

Lieve Inge en Paul,

heb zojuist ons antwoord apparaat afgeluisterd, waarop jouw bericht - vergat te wissen, er waren er 13 - dus hierbij ‘n antwoord, maar zullen je, vóór deze brief je bereikt, nog eens bellen. Hebben het naar onze zin, behoorlijk warm, koel in de auto… nog 5 dagen en het zit er weer op, maar het was de moeite waard - zie boven - Vandaag weer veel gezien in Georgetown, Pinang.

Liefs en groetjes,
papa

P.S. in Fraser’s Hill geen toontoestel.

Zie verder bij 7. Pinang.

 terug naar begin van pagina 

je kunt me bereiken door op het envelopje te klikken Reacties lijken me erg leuk !